Onderpresteren en muziekles

Onderpresteren wil zeggen dat de prestaties (veel) lager liggen dan op grond van de capaciteiten van de leerling verwacht wordt. Er is dus sprake van een verschil tussen aanleg en prestatie.

Onderpresteren wordt vaak in verband gebracht met hoogbegaafdheid, maar ook een gemiddeld begaafd kind kan onderpresteren Een verklaring hiervoor kan zijn dat kinderen met een hogere intelligentie niet gewend zijn hard te moeten werken, weinig uitdaging gewend zijn en veronderstellen het wel te kunnen. Op de basisschool maken hoogbegaafde kinderen de meeste opdrachten zo af, waardoor ze zich niet leren inspannen en dus ook niet hoeven doorzetten. Hierdoor weten ze niet wat werken betekent. Ze vervelen zich vaak en pas op het VO, of nog later, ontdekken de meeste hoogbegaafde kinderen dat ze nooit hebben geleerd te leren en door te zetten, dat er een verband bestaat tussen inspanning en resultaat. Het is dan ook nogal eens de reden dat hoogbegaafde kinderen  op muziekles gaan om heb de zo benodigde uitdaging te bieden.

Soms zien we dat kinderen gaan onderpresteren uit een soort verdedigingsmechanisme. Tijdens de muziekles hebben ze misschien geen last van ‘anders zijn’ waardoor ze wel goed zouden kunnen presteren (tenzij zij vergelijken of worden vergeleken met anderen), maar wel van faalangst.

Door zich minder in te zetten hebben ze een verklaring voor eventueel falen. Bij een minder goed resultaat kan   het kind dan zeggen: “Ja, maar ik heb ook niets gedaan” Dan hoeft er niet getwijfeld te worden aan het eigen vermogen, want dan kunnen de slechte resultaten afgeschoven worden op te weinig inzet. En dat is makkelijker te accepteren dan “Ik vind dit moeilijk” of “Ik kan dit niet”

Het is dan ook heel belangrijk om steeds te benadrukken dat je door inzet te tonen en uitdagingen aan te gaan, je verder kunt ontwikkelen en dat fouten maken niet betekent dat je toch minder slim bent.

Hoe herken je onderpresteren?
Bij de relatieve onderpresteerder heb je er als docent misschien helemaal geen erg in, want in vergelijking met anderen presteren ze best goed.

Onderpresterende kinderen kan je als docent herkennen aan weinig doorzettingsvermogen, ze hebben snel het gevoel iets niet te kunnen door een gebrek aan zelfvertrouwen waardoor ze moeilijk aan het werk te krijgen zijn. Deze kinderen tonen weinig zelfdiscipline en nemen geen eigen verantwoordelijkheid. Ze zijn bang om te falen en om succes te hebben, hebben soms een overdreven behoefte aan aandacht en een laag zelfbeeld waardoor ze competitie vermijden en negatieve gedachtepatronen hebben.

Geeft toch niks als ze wat minder presteren. Ze moeten al zo veel?
Het gaat niet om het presteren het gaat om de gevolgen van onderpresteren. Het zelfbeeld en de motivatie hebben te lijden onder het onderpresteren. Deze kinderen durven minder uitdagingen op te zoeken en kunnen moeite hebben met het oplossen van problemen, waardoor het negatieve zelfbeeld versterkt wordt

Hoe ga ik daar nu mee om als docent?

Laat je als docent niet verleiden door excuses, smoesjes en afleidingsmanoeuvres. Stel niet te hoge eisen en toon geen hoge verwachting, heb er begrip voor dat leren voor deze leerlingen nieuw is en dat zij een lage frustratietolerantie hebben. Maak duidelijk dat fouten maken geen persoonlijk falen is, maar een manier om je grenzen te verkennen en tot leren te komen.

Wat werkt niet?

Logica: uitleggen hoe en waarom het werk gedaan moet worden, doordat het probleem juist ligt in het handelen zelf.
Omkopen: Deze methode doet geen beroep op de intrinsieke motivatie, motivatie vanuit de leerling en bovendien wordt de faalangst wordt wanneer prestatie niet gehaald wordt
Alleen studievaardigheden trainen heeft een tijdelijk effect
Straffen en maatregelen nemen heeft weinig effect door de externe locus of control.

Wat werkt wel?

Probeer gezamenlijk met de ouders en de leerling tot een plan te komen, waarbij het kind aan een duidelijk einddoel werkt, bv een zelfgekozen stuk. Let erop dat het kind zelf achter dit doel moet staan! Naast het vaststellen van het einddoel is het ook van belang dat er in het plan deelstappen worden geformuleerd die leiden tot dit einddoel. Deze doelen hoeven niet altijd over resultaten te gaan. Het kan ook een doel zijn om je planning te halen of je elke dag even te oefenen.
Ga op zoek gaan naar positieve uitgangspunten, wat echt niet altijd even makkelijk is en leg de focus op de waardering van de poging. Als je als docent aan het kind laat merken dat u vertrouwen in hem hebt, zal het kind ook weer steeds meer in zichzelf gaan geloven.

Het kind moet leren dat fouten maken onderdeel is van het leerproces en zeker geen bewijs is dat hij/zij de aangeboden stof niet aankan. Want “dat je slim bent betekent niet dat je alles moet kunnen of weten, het betekent dat je het vermogen hebt je veel dingen eigen te maken. En daar moet je gewoon hard voor werken.” En dat is een belangrijke boodschap voor kinderen die onderpresteren

Wanneer de leerling de uitdaging aangaat, aandurft in een veilige omgeving als de pianoles durft hij ook de uitdaging aan te gaan in het dagelijkse leven, op school en in de plusklas.

Dan komt je leerling tot het vervullen van zijn potentie waar jij als muziekdocent net dat essentiële zetje, jouw bijdrage aan kan en mag leveren.