Meer uitdaging

Benjamin Bloom ontwierp een taxonomie, een systematische ordening voor doelen in het onderwijs, waardoor hij voldeed aan de criteria voor een rijke leeractiviteit. Bij het ontwikkelen van lessen of projecten kunnen nu vragen en opdrachten opgenomen worden die een beroep doen op ‘het hogere orde denken’. 

 

Hoe zou het zijn, wanneer je de ruimte krijgt om zelf jouw leren naar een hoger niveau te tillen?
Hoe zou het zijn, wanneer je in staat bent om zelf je eigen leren aan te sturen?

 

Hogere orde vragen

Bij hogere orde vragen en opdrachten zijn voor het antwoord of de uitvoering de vaardigheden analyseren, evalueren of creëren nodig. Het zijn vragen en opdrachten die zich richten op:

  • Stimuleren van leerlingen om verder en meer kritisch na te denken
  • Stimuleren van het probleemoplossend denkvermogen
  • Ontlokken van discussie
  • Stimuleren van leerlingen om zelfstandig op zoek te gaan naar informatie

Lagere orde vragen

Lagere orde vragen zijn vragen die een beroep doen op onthouden, begrijpen en (deels) toepassen. Dit type vragen is geschikt voor:

  • Evalueren van de voorbereiding en het begrip van leerlingen
  • Vaststellen van de sterktes en zwaktes van leerlingen
  • Herhalen en samenvatten van gegeven informatie

 

Zes “niveaus” van Bloom

Het verschil tussen ‘lagere orde denken’ en ‘hogere orde denken’ is weergegeven in de Taxonomie van Bloom, waarin zes niveaus worden onderscheiden: onthouden, begrijpen, toepassen, analyseren, evalueren en creëren. De niveaus dienen om een onderscheid te maken in de complexiteit van het kennisniveau waar een beroep op wordt gedaan. Er wordt hiermee geen volgorde voorgeschreven waarin een bepaald niveau aan bod zou moeten komen. Bij een rijke leeractiviteit worden in ieder geval meerdere niveaus aangesproken.

De taxonomie kan onder andere gebruikt worden als hulpmiddel bij het formuleren van leerdoelen en hieraan gerelateerde acties en producten, waarmee deze gerealiseerd kunnen worden.

De herziene versie (2001) bestaat uit 2 dimensies

1. Soorten kennis – van concreet naar abstract-
2. Denkvaardigheden – van eenvoudig naar complex –

 

1. Soorten kennis – van concreet naar abstract-

– Feitenkennis: Kennis van termen, begrippen, details en elementen
– Conceptuele kennis: Kennis van classificaties, categorieën, principes en generalisaties, theorieën, …modellen en structuren
– Procedurele kennis: Kennis van vakspecifieke vaardigheden, algoritmes, vakspecifieke.technieken, ..methoden, criteria voor het vaststellen van een geschikte procedure
– Metacognitieve kennis: Strategische kennis, kennis over kennistaken en zelfkennis

 

2. Denkvaardigheden – van eenvoudig naar complex –

Onthouden; herkennen en herinneren
Begrijpen;
interpreteren, toelichten, classificeren, samenvatten, afleiden, vergelijken en uitleggen
Toepassen;
uitvoeren en implementeren
Analyseren;
differentiëren, organiseren (samenhang) en attribueren (vast stellen onderliggend standpunt, mening, waarde of intentie)
Evalueren
oordeel gebaseerd op criteria zoals kwaliteit, effectiviteit, efficiëntie en consistentie;  checken en bekritiseren
Creëren;
genereren, plannen en uitvoeren

 

In de praktijk 

Onthoud
Opdracht: Vertel, benoem, definieer, beschrijf, toon, maak een lijst van, identificeer, verzamel, onderzoek
Vraag:Wat, Wanneer, Wie? Waar ligt? Hoe heet? Wat moet je doen wanneer?

Begrijpen
Opdracht: Vat samen, leg uit, bepaal de plaats van, beschrijf, bespreek, interpreteer, concludeer, voorspel, leg verbanden, onderscheid
Vraag: Wanneer je ….vergelijkt wat is dan het verschil?

Toepassen
Opdracht: Pas toe, demonstreer, bereken, vul aan, pas aan, illustreer, toon, los op, verander, experimenteer, classificeer
Vraag: Bouw een.., Ontwerp een.. Wanneer jij in deze situatie was, wat zou jij dan doen, hoe zou jij reageren?

Analyseren
Opdracht: Analyseer, scheid, orden, leg uit, verbind, construeer, vergelijk, selecteer, leid af
Vraag: Is het probleem/het onderwerp in onderdelen te verdelen? Welke aanname wordt hier gedaan? Hoe ben jij tot deze conclusie bent gekomen

Evalueren
Opdracht: Beoordeel, beslis, geef een cijfer, toets, meet, overtuig, leg uit, concludeer, vergelijk, vat samen
Vraag: Wat had je anders willen of kunnen doen? Hoe ben je tot dit resultaat gekomen? Wat zou er gebeurt kunnen zijn?

Creëren
Opdracht: Combineer, plan, ontwerp, maak, ontwikkel, onderzoek, stel op, formuleer, herschrijf
Vraag: Kan je deze situatie herschrijven in een andere tijdsperiode? Kan je onderzoeken hoe gezond onze leerlingen zijn en een advies formuleren?

Combinatie soorten kennis en denkvaardigheden 

                                              Soorten kennis – van concreet naar abstract-
Feiten Concepten Procedures Metacognitie
Onthouden Benoem Herken Herinner Identificeer
Begrijpen Vat samen Classificeer Maak duidelijk Voorspel
Toepassen Reageer op Lever advies Voer uit Gebruik
Analyseren Selecteer Differentieer Integreer Deconstrueer
Evalueren Check Bepaal Beoordeel Reflecteer
Creëren Genereer Stel samen Ontwerp Creëer

 

Zowel de soorten kennis als de denkvaardigheden worden hier weer gegeven als hiërarchische trappen, maar het onderscheid tussen de categorieën zijn niet altijd zo duidelijk. De procedurele kennis bijvoorbeeld is niet altijd abstracter dan de conceptuele kennis en een onderwerp waarbij analyseren en evalueren betrokken zijn vereist denkstijlen die niet minder complex zijn dan bij creëren. Het is wel zo dat de lager orde denkvaardigheden de basis zijn voor hoger orde denkvaardigheden.