Profielen hoogbegaafdheid

Deze 6 profielen hoogbegaafdheid (ook wel typen hoogbegaafdheid genoemd) van Betts en Neiharts zijn gebaseerd op de behoeften, gevoelens en het gedrag van hoogbegaafde kinderen. De bedoeling hiervan is hoogbegaafde kinderen beter te kunnen identificeren. In de loop van 25 jaar is er veel empirisch onderzoek gedaan en hieruit bleek dat sommige profielen inaccuraat zijn- vandaar deze herziene versie.

De grootste verandering worden aangegeven met in het achterhoofd de vraag wat je hiermee kan doen binnen het onderwijs of de dienst die je geeft.
Dit is een weergave van de lezing die Maureen Neihart gaf tijdens de SLO conferentie van 11 en 12 november 2014. Maureen Neihart – Revised Profiles of the Gifted: A Research Based Approach.

 

 

 

Profiel 1- Aangepast Succesvol


Hiervan dachten Betts en Neihart dat dat het meest voorkomende type was binnen de hb programma’s, intellectueel en academisch. Maar vandaag de dag vraagt Neihart zich af of deze kinderen nog wel bestaan. Deze kinderen zijn goedgemanierd, presterend, aangepast en halen goede cijfers om de leerkracht te plezieren.

Betts en Neihart dachten dat een minimum deed aan inzet, perfectionistisch was en risico vermijdend. Maar was hier ook bewijs voor?
Er bleek dat deze groep niet angstig is en dat 75-80% een positieve vorm van perfectionisme heeft. Net als vele andere typen. Onderwijs is veranderd, waardoor er nu een grote diversiteit zit in de hb-programma’s.

Dit type kind is veranderd. Bij nader inzien hebben deze kinderen wel een positief zelfbeeld, wat beïnvloed wordt door vele factoren. Bij meisjes daalt het en bij jongens stijgt het positieve zelfbeeld in de loop van de jaren. Dit is afhankelijk van de groep en omgeving. (vis in grote of kleine vijver).

Onderwijs, omgeving, geslacht en leeftijd maken verschil in zelfbeeld, wat de moeite en prestatie voorspelt. Er wordt beweerd dat dat toch prima is wanneer er een realistisch zelfbeeld ontstaat. Dit is een mooi onderwerp van discussie.

Wanneer deze groep uit de profielen hoogbegaafdheid geen begeleiding krijgt dan verliezen ze autonomie en creativiteit. Zij zijn tevreden, nemen geen initiatief in de ontwikkeling van hun talent. Zij zijn alleen bezorgd om cijfer en hebben waarschijnlijk geen toegang tot een uitdagend curriculum waardoor ze nooit geleerd hebben zichzelf uit te dagen.

 

 

Tips voor de thuis en de schoolsituatie de Aangepast Succesvolle leerling

Belangrijk is dat we  een passende uitdaging vinden in het curriculum. Aacademisch, sociaal en emotioneel, aansluitend bij zone van naaste ontwikkeling (Vygotsky). Zij zouden moeten reiken naar de leerstof, waarbij ze hulp nodig hebben. Er blijkt dat hoogbegaafde kinderen met dit profiel in het westen vrijwel geen moeite hoeven doen tot in het VO of WO.  Hierdoor krijgen ze op school geen passende uitdaging.

         Uitdaging buiten schooltijd

Vaak zijn het de ouders die buiten school de uitdaging voor hun kinderen zoeken. Tegenwoordig zijn er goede betaalbare academische onlineprogramma’s. Sinds Neihart in Azië woont vraagt ze zich af of succesvolle leerlingen wel bestaan, daar ze in Azië heel hard werken en niemand daar zomaar tevreden is. Het is goed wanneer leerkracht en ouders nauw samen werken. zodat de succesvolle leerling ook binnen het reguliere onderwijs zich zo optimaal mogelijk kan ontwikkelen.

 

Profiel 2- Creatief en Uitdagend


Betts en Neihart dachten dat creatieve uitdagende kinderen, kinderen waren die een hoog creativiteitsniveau hebben. Maar na 25 jaar en veel onderzoek, hoofdzakelijk naar tieners en volwassenen, is duidelijk dat ze een probleemoplossende stijl hebben. Bovendien hebben hebben ze polariserende kenmerken hebben, zoals energiek/introvert, rustig/agressief, speels/focust, zelfverzekerd/onzeker.

Andere vraagstelling

Door een andere vraagstelling is na 25 jaar de focus verschoven van prestatie naar potentieel, wat de zoektocht naar creativiteit exclusiever maakt. Creatieve vaardigheden worden gecategoriseerd van nog niet zichtbaar naar zichtbaar en uitend in excellentie. Elk potentieel heeft zijn eigen aanpak nodig. Er is nu meer begrip voor de leer- en denkstijl waardoor creativiteit effectiever ingezet kan worden en minder risico is van een negatieve reactie tegenover omgeving.

Lastige kinderen

Helaas moeten we concluderen dat leerkrachten deze leerlingen (meestal) niet leuk, maar lastig vinden. Dit kan ontstaan door de vele vragen en het onderbreken van de les. Wanneer de leerkracht in conflict is met het Zijn van de leerling, dan voel je je als leerling niet veilig wat effect heeft op je prestatie.

Wanneer er acceptatie is, dan worden de grenzen opgezocht en de omgeving speelt dan ook een grote rol in de domein specifieke ontwikkeling (wetenschap, muziek) van deze groep kinderen.

 

 

Profiel 3- Onderduikend


Van de onderduikende profielen hoogbegaafdheid werd gedacht dat deze kenmerken voornamelijk voor meisjes gelden. Doordat zij tijdens hun tienerperiode spanning ervaren tussen de behoefte om te presteren en erbij horen. Dit kan zelfs leiden tot ontkenning van hoogbegaafdheid. Na 25 jaar onderzoek bleek dat dit spanningsveld ook bestaat bij minderheden, culturele groepen en lage inkomens. Prestaties, goede cijfers, winnen van een prijs, toelating Universiteit kunnen verraad betekenen binnen sociale, culturele of etnische groep.

Wanneer je uit een arm milieu komt dan is er geen geld om te studeren, dan ga je zo snel mogelijk werken. Er is niet alleen spanning bij vrouwen tussen intelligentie en vrouw-zijn, niet te slim (niet sexy).

Ook bij jongens bestaat die spanning dat die wel expressief mogen zijn, maar zich niet moeten gedragen als een homo, die trots zijn op hun cultuur, maar ook mobiel willen zijn.  Ook zij hebben de behoefte om te presteren, maar zij willen er ook bij horen.

Identificatie

Bij de identificatie is de context dan ook belangrijk. Gestandaardiseerde testen zijn slechte voorspellers en is dan ook beter om een non-verbale test zoals bijv. Raven te gebruiken.

Hierbij loop je wel het risico dat de sterke punten die hier uitkomen niet passen bij het aanbod van hb programma’s/interventie. Er moet dan wel een passend programma, interventie of ondersteuning zijn. Identificatie is ook mogelijk door nominatie, interviews, op prestatie gebaseerde assessments en observatie. Met de nominatie van leeftijdsgenoten moet je wel voorzichtig zijn daar  deelname in hb-groep niet altijd wenselijk is.

Om dit conflict op te lossen is het belangrijk om tijdens interventie aan te geven dat dit spanningsveld gebruikelijk is. Binnen deze groep waarderen ze talent  niet altijd. Het is dan ook belangrijk om te zorgen voor culturele rolmodellen.

Alle activiteiten die helpen om deze groep te identificeren, zicht geven op de situatie of noodzakelijke instructie leveren voor sociale vaardigheden zijn bruikbaar.

 

Tips voor de thuis en de schoolsituatie onderduikende type

De begeleiding wordt vooral gevormd rondom regelmatige discussie over klasse, ras, identiteit en prestatie. Leren omgaan met de spanning en helpen onderhandelen. Via gesprekken is het belangrijk dat je duidelijk maakt door sociale geografie in de context en door films dat er meer mensen zijn die dit ook doormaakten. Alles is bruikbaar wat duidelijk maakt dat het ook anders kan zijn.

 

Profiel 4- Drop outs/Risico – leerling


Drop-outs
werden deze kinderen genoemd in 1988. Nu is er een betere naam gevonden voor deze groep – risicoleerlingen. Ze lopen niet alleen het risico om uit te vallen, maar zij lopen ook risico voor misbruik, criminaliteit, zelfmoord en agressie. Hierdoor kunnen in dit profiel ook gangmembers zitten, verslaafden en serieuze emotionele- en gedragsproblemen.

25 jaar geleden werd gedacht dat een grote factor de mismatch was tussen behoefte en mogelijkheden. Nu blijkt dat dit wel een mogelijkheid is, maar ook dat een duidelijke factor persoonlijke kenmerken zijn.

Als gevolg van niet vervulde behoefte aan veiligheid en structuur kan in de tienertijd boosheid ontstaan. Dit kan samengaan met wraakgevoelens en een tekort aan vaardigheden. Door de vele problemen wordt deze groep kinderen vaak niet toegelaten in een hb-groep en doorgestuurd naar andere programma’s.

2 categorieën

Binnen deze profielen hoogbegaafdheid zijn er 2 categorieën, de sociale, die de norm en morel waarden hanteren en een kleine groep die asociaal is. deze kleien groep kan opgroeien tot criminelen, wat vaak al waar te nemen is in de peuterspeelzaal. De risicoleerling ervaart  grote problemen en onderbrekingen en de administratie door bijvoorbeeld schorsing. er gaat veel aandacht naar deze kleine groep doordat ze er veel uitgestuurd worden en herhaaldelijk de regels overtreden.

De risicoleerlingen zijn onverschillig, gebruiken hun intelligentie om onder het werk uit te komen, manipuleren, controleren, ontkennen, zijn sensatiezoekers. Hierdoor worden zij vaak ervaren als probleem. Uit onderzoek blijkt dat bij deze groep een identiteitsproblemen ontstaan, wat leidt tot schaamte en overweldigende gevoelens van boosheid en depressie.

5 karakteristieken van risicoleerlingen zijn een instabiele thuissituatie, negatieve houding tegenover autoriteit, ontbreken passend curriculum. Daarnaast ook slechte sociale aanpassingen en onvoldoende communicatie met de school.

 

Tips voor de thuis en de schoolsituatie risicoleerlingen

Deze groep heeft zeker professionele hulp nodig, veiligheid en structuur. Houd deze groep verantwoordelijk en verlaag zeker niet de verwachting. Er moeten duidelijk grenzen gesteld worden. Het is echt een slecht idee om de verwachtingen te verlagen omdat je hierdoor een signaal afgeeft dat je geen vertrouwen hebt in hem en zijn mogelijkheden.

Deze groep kinderen werken voor een persoon en niet voor een cijfer, voor iemand die hem verantwoordelijk houdt en hoge verwachtingen heeft. Risicoleerlingen reageren meestal goed op confrontatie en het liefdevol vertellen van de waarheid. Zij hebben behoefte aan empathie met verantwoordelijkheid om probleemgedrag te voorkomen.

Veel volwassenen doen dit niet omdat het heel veel werk is en je niet direct resultaat ziet. Wanneer deze kinderen bijdraaien moet ze wel een kans krijgen, mentoring en een kans op opbouwen van een relatie. Dit is belangrijk, want zij zijn niet gevoelig voor algemene beloningen.

Kleine asociale groep
De interventie op de kleine groep asociale kinderen is gericht op zeer gestructureerde confrontatie, besef dat zij constant dezelfde regels breken door denkfouten, doordat zij geen verantwoordelijkheid nemen, anderen de schuld geven en excuses verzinnen. Wat zij nodig hebben is een doelgerichte interventie gericht op deze denkfouten.

 

Profiel 5- twice-exceptional of dubbel bijzonder


Twice-exceptional
was 25 jaar geleden een nieuw woord. Inmiddels is er veel interesse, veel onderzoek en dus is er veel veranderd binnen deze groep. Begaafde kinderen met een handicap zoals dyslexie, ADHD, autisme of depressie. Vaak zijn er meerdere aspecten waardoor je ook kan spreken van multi-exceptional en dit dus dan ook het meest heterogene profiel is.

Interventies zijn gericht op executieve functies of op handicap. Kinderen uit deze groep hebben vaak de perceptie dat ze gefaald hebben in school waardoor ze zichzelf zien als een loser. Dit is wel aan het veranderen, maar toch hebben ze veel negativiteit, aangeleerde hulpeloosheid, onderpresterend, depresssief, sociale- en emotionele problemen.

De kans is groot dat deze kinderen angstig of depressief worden, wanneer ze geen gedifferentieerd aanbod krijgen is. Bij jonge kinderen moet je dan ook de ontwikkeling monitoren. Bij een handicap kan een andere handicap ontstaan in de komende jaren-comorbiditeit.  Zo heeft 60% van de kinderen met ADHD ook leerproblemen.

Karakteristieken

Karakteristieken van deze profielen hoogbegaafdheid zijn een laag academisch zelfbeeld, stemmingswisseling en gedragsproblemen. De identificatie is enorm veranderd in die 25 jaar. Vroeger was er een profielanalyse, werd de testscore vergeleken met de intelligentie en bij een groot verschil had je dus leerproblemen. Nu weten we dat wanneer je zo analyseert je de kinderen echt tekort doet.

Waar je naar wilt kijken is naar een patroon van buitengewone vaardigheid en een patroon van afnemende prestatie. Naar klasgerelateerd en domeingerichte assessment (schrijven, lezen, portfolio) zodat je de prestaties over een bepaalde periode ziet.

Een uitdaging bij identificatie is dat ze zo slim zijn, waardoor de handicap niet zichtbaar is. Op het basisonderwijs gaat het prima, presteren ze gemiddeld en zijn er geen hoge verwachtingen. Als tiener gaan ze achterlopen, ontstaat er frustratie en aangeleerde hulpeloosheid en dan is interventie of begeleiding een stuk gecompliceerder. Wanneer de handicap groter is dan de intelligentie gaat de aandacht hoofdzakelijk hiernaar uit en wordt hoogbegaafdheid over het hoofd gezien.

 

Tips voor de thuis en de schoolsituatie dubbel bijzondere leerlingen

De begeleiding is vooral gericht op een verschuiving van het paradigma. Richt je vooral op wat deze leerlingen WEL kunnen. Deze sterke punten moeten ontwikkeld worden. Historisch zijn we gericht op de zwakke punten. Dit zou moeten omdraaien naar het versterken van sterke punten en vaardigheden.

Daarnaast moet de begeleiding behulpzaam zijn bij de handicap. Door te helpen bij de ontwikkeling van sociaal- en emotioneel gedrag, wat vaak de aandacht trekt, kan een positieve ontwikkeling ontstaan. Door een studie naar deze groep wie er succesvol is en toch afgestudeerd is aan de universiteit blijkt dat er blijvende prestaties ontstaan door sociale- en emotionele ontwikkeling.

 

Profiel 6- Zelfsturend en autonoom


Deze leerlingen zijn excellerend. 25 jaar geleden bestond er een hele brede beschrijving; zelfsturend, gerespecteerd, onafhankelijk en zelfverzekerd. Inmiddels zijn er nieuwe inzichten ontstaan over het specifieke proces betreffende de cognitieve ontwikkeling en de ontwikkeling van het talent. Deze groep leerlingen stelt doelen, zet ook door bij tegenslag, kan omgaan met falen, zoekt de uitdaging en heeft een groeimindset.

Kinderen uit profiel 6 kunnen lijken op profiel 1 doordat ze beiden goed presteren, het goed doen, gewaardeerd worden door klasgenoten en leerkracht en een goed zelfbeeld hebben.

Het verschil is dat aangepast succesvolle kinderen geen initiatief nemen, niet de grenzen opzoeken en geen risico durven nemen.
Kinderen die zelfsturend en autonoom zijn die gaan ervoor. School is niet het eindpunt, wat soms frustratie oplevert wanneer hun passie buiten het curriculum valt.

Dan doen ze wat ze moeten doen, maar niet meer dan dat. Hierdoor hebben ze tijd over voor hun passie en daar hun tijd en energie in steken. Leerkrachten vinden dat niet altijd even leuk omdat ze hun vaardigheden niet optimaal inzetten. Deze kinderen hebben een adaptieve mindset, positieve verklarende stijl die niet altijd samengaat met grotere inspanning want ze doen het prima en beheersen zelfregulatie.

 

Tips voor de thuis en de schoolsituatie zelfsturend en autonome leerling

Het kan lijken dat deze groep kinderen uit deze profielen hoogbegaafdheid geen hulp of begeleiding nodig heeft. Ze hebben andere begeleiding nodig. Hulp bij het omgaan met sociale en psychologische kosten doordat ze presteren op een hoog niveau. Vaak wordt die hoge prestatie niet door iedereen gewaardeerd en het is dan ook fijn om dat van tevoren te weten.

Bij hoge prestaties verhoogt ook de stress en angst, waarmee omgegaan moet worden. Een goed supportteam is dan ook onontbeerlijk zodat er sociale steun is om talent te ontwikkelen, culturele rolmodellen die de verandering van verwachting voorleven.

Aangepast succesvolle kinderen leveren vooral een prestatie als doel terwijl voor zelfsturend autonome kinderen meesterschap het doel is.

Samengevat zijn er dus verandering in alle profielen maar de grootste in 1, 3 en 5. Er is ontwikkeling binnen de profielen, maar het grootste doel is toch om te groeien naar type 6 waar je komt tot een effectieve ontwikkeling van het talent.