Onderpresteren

Van nature zijn kinderen, zeker hoogbegaafde kinderen, enthousiast over leren, geïnteresseerd in vele ideeën en activiteiten en nieuwsgierig over wat zich om hen heen afspeelt.

Hoe ontstaat dan onderpresteren? Waardoor veranderd de motivatie? Nog belangrijker is de vraag hoe is deze motivatie te stimuleren zodat interesse en vaardigheden weer ontwikkeld worden? En is onderpresteren te voorkomen?

‘Siebe stond te springen van vreugde. Eindelijk was hij vier en mocht hij naar school, eindelijk echt leren. Kunnen we al, kunnen we al? Ook zijn moeder keek ernaar uit want ze raakte soms echt uitgeput door haar zoon. Hij zat vol energie en van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat was hij aan het praten, aan het doen en vragen aan het stellen’

Hoe kan zo’n nieuwsgierige enthousiaste kleuter veranderen in een ongemotiveerde tiener?

Doordat hij op school voortdurend ‘rustig aan’, ‘dat gaan we volgende week leren’, of zelfs ‘nee, dat leren we hier nog niet, dan moet je nog een jaartje wachten’ hoort? Door verveling, wat gebruikt wordt als excuus om niet mee te doen met activiteiten in de klas doordat ze niet leuk, niet relevant en niet uitdagend zijn?

De basis van onderpresteren wordt gelegd op de basisschool, soms zelfs bij de peuterspeelzaal, doordat er geen passend onderwijs wordt geboden. ‘Laat ze toch kind zijn, je kan nog lang genoeg leren’.  Als tiener zijn deze leerlingen bezorgder of zij wel bij hun leeftijdsgenoten horen dan hun prestatieniveau. Bovendien, er wordt toch gezegd dat ze zo slim zijn en met een minimum aan inspanning worden ook goede resultaten gehaald. Wat zal je dan moeilijk doen?

Dat jouw kind steeds ongelukkig wordt, zijn enthousiasme verliest, (bijna) niet meer naar school wil, gefrustreerd is en enorme driftbuien heeft wanneer hij uit school komt en ziek wordt wanneer hij na de vakantie weer naar school moet en thuis met hele andere activiteiten bezig is, dat wordt vaak niet gezien.

Wanneer deze kinderen ouder worden en zich eigenlijk nauwelijks hoefden in te spannen en dit dus ook niet gewend zijn, wordt er ineens op latere leeftijd gezegd ‘dat je beter kan’ en ‘dat je eruit moet halen wat erin zit’. Dit is verwarrend en speelt een rol in de motivatie, want inmiddels is er een gat ontstaan tussen de mogelijkheden en de resultaten en heeft het kind andere prioriteiten gekozen, heeft gekozen voor de weg van de minste weerstand, is ontmoedigd, ongelukkig of zelfs depressief.

 

Ja, de basis van het onderpresteren ontstaat vaak op de basisschool, maar het geheel van onderpresteren is een complex geheel waarbij vele factoren meespelen zoals;

  • bij leeftijdsgenoten willen horen, waarbij hoge prestaties niet gewaardeerd worden
  • opdracht niet interessant, niet relevant of belangrijk ( McColl- zingeving)
  • uiting van een verlangen naar onafhankelijkheid
  • controle afnemen van ouders en leerkrachten
  • uiting van boosheid en ‘wraak’ door niets te doen.
  • beter om niets te doen dan je het niet goed te doen – mindset
  • angst dat succes nog meer verantwoordelijkheid oplevert, dat er nog meer verwacht wordt
  • manier om aandacht te krijgen van de leerkracht en de ouders
  • uiting van afhankelijkheid waardoor je aandacht en sympathie krijgt
  • te veel aandacht op het resultaat en niet op de intrinsieke waarde van het leren
  • niet in staat om te denken aan toekomstige doelen of deze te plannen
  • slechte studiegewoontes of niet geleerd materiaal te organiseren
  • snel afgeleid en impulsief wat in de weg staat voor academisch werk
  • ontbrekende vaardigheden door leerprobleem of -handicap ( Dubbel Bijzondere leerling)
  • kind is met hele andere zaken bezig, conflict situatie of eigen passie
  • kind voelt zich niet begrepen, is ontmoedigd en heeft een laag zelfbeeld

Er is veel onderzoek gedaan naar onderpresteren en de oorzaak. Zo hebben Betts & Neihart de 6 profielen beschreven en beschreef M.D. Whitley in zijn boek ‘Bright Minds Poor Grades’ 6 verschillende typen met hun eigen achtergrond en benadering.

Waar te beginnen?