Executieve functies

Bij de term executieve functies dachten we of denken sommige nog steeds, aan mannen en vrouwen strak in het pak, met leren koffertjes in de vergaderkamer. Nu wordt deze term gebruikt bij het bespreken van het omgaan met de vele taken tijdens school- en vrije tijd.

Executieve functies vormen, simpel gesteld, het managementsysteem van onze hersenen. Deze mentale functies helpen je om structuur aan te brengen in het uitvoeren van de vele taken die bij het dagelijks leven horen. Ze ondersteunen je bijvoorbeeld bij het nemen van beslissingen, organiseren, plannen. Bij het monitoren van prestaties en het kiezen van het juiste moment om ergens mee te beginnen, te stoppen of een stapje bij te zetten. Executieve functies zijn dus verantwoordelijk voor het reguleren van je gedachten, emoties en gedrag.

 

Dirigent van het brein

Je zou executieve functies kunnen vergelijken met de rol van een dirigent in een orkest. De dirigent leidt, stuurt en combineert de diverse leden van het orkest. Hij geeft aanwijzingen, zodat de muzikanten weten wanneer ze moeten beginnen met spelen, hoe snel of langzaam ze moeten spelen. Hoe hard of zacht, en wanneer ze moeten stoppen. Zonder de dirigent zou de muziek een stuk minder mooi en gepolijst klinken.

Onderzoekers zijn het erover eens dat het overkoepelende concept van de executieve functies het proces is van ‘betekenisvol, doelgericht en toekomst georiënteerd gedrag’ Er is echter minder overeenkomst over de deelprocessen van deze vaardigheden.

 

Executieve functies

De executieve functies kun je onderverdelen in ‘koude’ en ‘warme’ vaardigheden:

De koude’ executieve functies’ hebben betrekking op het gebruik van bepaalde denkvaardigheden waarmee je doelen kiest en realiseert of waarmee je oplossingen voor problemen bedenkt.  Bijvoorbeeld: plannen, organiseren, timemanagement, werkgeheugen en metacognitie

  • Werkgeheugen: informatie in je geheugen houden bij het uitvoeren van complexe taken.
  • Planning/prioritering: een plan maken om een doel te bereiken en beslissen waar je je aandacht op moet richten
  • Organisatie: informatie en materialen ordenen volgens een bepaald systeem
  • Timemanagement: tijd inschatten, verdelen en deadlines halen.
  • Metacognitie: een stapje terug doen om jezelf en de situatie te overzien en te evalueren.

De ‘warme’ executieve functies hebben betrekking op het gebruik van vaardigheden die je gedrag aansturen of aanpassen. Bijvoorbeeld: reactie-inhibitie, emotieregulatie, volgehouden aandacht. Maar ook taakinitiatie flexibiliteit en doelgericht doorzettingsvermogen

  • Reactie-inhibitie: nadenken voordat je iets doet, waardoor je de tijd krijgt om een situatie te beoordelen en na te gaan hoe het je gedrag beïnvloed
  • Emotieregulatie: emoties reguleren om doelen te behalen of gedrag te controleren en te sturen
  • Volgehouden aandacht: aandachtig blijven, ondanks afleiding, vermoeidheid of verveling
  • Taakinitiatie: op tijd en efficiënt aan een taak beginnen.
  • Doelgericht doorzettingsvermogen doelen formuleren en realiseren zonder je te laten afleiden of afschrikken door andere behoeften of tegengestelde belangen
  • Flexibiliteit: flexibel omgaan met veranderingen en tegenslag of met nieuwe informatie of gemaakte fouten

Ontwikkeling

Executieve functies zijn wel aangeboren, maar bij de geboorte nog niet uitontwikkeld. Als je begrijpt hoe deze vaardigheden zich ontwikkelen gedurende de kindertijd krijg je een beter inzicht in de mate waarin je kind zich kan beheersen. Hierdoor kan je als volwassene beter beoordelen hoeveel steun en structuur er nodig is. Hoewel de eerste executieve functies zich ontwikkelen in de vroege kindertijd bereiken ze pas halverwege of tegen het eind van de adolescentie een redelijk ontwikkelingsniveau. Onderstaande specifieke taak of gedrag zouden kinderen op een bepaalde leeftijd kunnen uitvoeren.

Voorschoolse leeftijd; simpele opdracht uitvoeren (pak je schoenen even uit de gangkast), onder begeleiding opruimen, eenvoudige huishoudelijke taak zoals bord naar de keuken brengen. Ook gedrag controleren zodat je kind niet zomaar de straat op rent en van het speelgoed van een ander kind af kan blijven vallen hieronder

Groep 1 t/m 4; complexere opdracht (twee tot drie aanwijzingen), kamer opruimen, eenvoudige huishoudelijke taak (bed opmaken) met aanmoediging. Max. 20 minuten maken van een huiswerkopdracht, een beslissing nemen over de bestemming van je zakgeld en je houden aan veiligheidsregels.

Groep 5 t/m 7; opdracht uitvoeren met enige vertraging (na schooltijd iets doen), huishoudelijke taak van 15 min. zoals bladeren aanharken of tafel afruimen, boeken meenemen. Maar ook huiswerk max. 1 uur maken, eenvoudig schoolproject plannen, veranderd schema door buitenschoolse activiteiten in de gaten houden, geld sparen en gedrag controleren waardoor je woedeaanvallen kan beheersen.

Groep 8 en brugklas; dagelijkse verantwoordelijkheid huishoudelijke taak zoals de vaatwasser uitruimen, oppassen tegen betaling, systeem voor organisatie huiswerk, bijhouden complexe planning voor school zoals wisselen van lokaal, langetermijnproject plannen, tijdsplanning in de gaten houden en houden aan de regels

Middelbare school vanaf 2e klas; effectief huiswerk maken, aanpassing doorvoeren op feedback, langetermijndoel bepalen en verfijnen. Het stellen van subdoelen, goed gebruik van vrije tijd en onderdrukken van roekeloos en gevaarlijk gedrag.

Vragenlijsten

Er zijn verschillende vragenlijsten om de sterke en zwakkere executieve functies te bepalen:
1. Vragenlijst executieve functies voorschoolse en kleuterleeftijd
2. Vragenlijst executieve functies 6 tot 8 jaar
3. Vragenlijst executieve functies 9 tot 11-jaar
4. Vragenlijst executieve functies 12-14 jaar

Na het testen van de sterke en zwakke executieve functies van je kind kom je zelf als ouder aan de beurt, want ook jouw vaardigheden spelen zeker een rol.
Vragenlijst executieve functies voor ouders

 

Executieve functies van ouders

Als jouw sterke kanten overeenkomen met de zwakke kanten van je kind, dan kun je gefrustreerd raken door zijn zwakke kanten. Probeer je kind over te halen om jouw hulp te accepteren, zodat hij niet continu vastloopt. Misschien hebben je kind en jijzelf wel dezelfde zwakke kanten. Zo kan het zijn dat zowel de moeder als het kind niet goed kunnen opruimen en de vader wel. Wat kun je doen?

Als moeder heb jij hier veel minder last van als de vader, want als moeder heb je inmiddels wel beter geleerd hiermee om te gaan en heb je meer begrip voor de situatie van je kind. Weet je dat het echt geen onwil is, maar onmacht.

  • Wees creatief bij het gebruiken van jouw sterke kanten om je kind te helpen.
  • Kijk ook wat jouw zwakke kanten zijn en de sterke kanten van je kind.
  • Zorg ervoor dat je er samen om kunt lachen.
  • Bedenken samen oplossingen voor de problemen van je kind.
  • Als je wanhopig wordt, bedenk dan dat je er zelf met dezelfde problemen ook bent gekomen.
  • Je kunt je eigen zwakke kanten tegelijk met die van je kind aanpakken.

 

Zwakke executieve vaardigheden kunnen een belemmering vormen voor de uitvoering van schooltaken. Ze kunnen ook een belemmering vormen voor huishoudelijke taken of het omgaan met sociale situaties. Je kan dan een plan bedenken om deze executieve functie(s) te versterken.

Goede executieve functies zijn afhankelijk van vele factoren zoals de normale ontwikkeling van de verschillende hersengebieden en kansen om te leren en te oefenen. Wanneer een kind nooit zijn kamer hoeft op te ruimen, geen huishoudelijke taak heeft, voortdurend herinnerd wordt aan activiteiten en geen passend lesaanbod ontvangt, krijgt het geen gelegenheid om dit te oefenen.

Hoogbegaafd

Een hoge intelligentie impliceert niet automatisch evenredig ontwikkelde executieve functies. Voor het ontwikkelen van executieve functies is heel veel oefening nodig en juist vanwege hun hoge intelligentie hoeven met name de koude executieve functies bij hoogbegaafden niet zo snel aangesproken te worden. Als dingen je vanwege je intelligentie gemakkelijk af gaan, dan hoef je namelijk ook minder lang je aandacht vast te houden of dingen uitvoerig te plannen en organiseren. Vaak zie je dat door structurele didactische ondervraging bepaalde executieve functies nauwelijks gebruikt worden.

Wat zo onhandig is om bij het hoogbegaafde kind op te merken ‘jij bent toch zo slim, hoe kan je dan de juiste boeken vergeten of waarom kan je je kamer niet netjes houden’? Dat heeft helemaal niets met hoogbegaafdheid te maken, maar alles met vaardigheden die je ontwikkelt door te oefenen.

 

De mindset is bepalend voor de ontwikkeling van de executieve functies.

Het bepaalt de manier waarop er omgegaan wordt met uitdagingen.
Bij een groeimindset ga je ervan uit dat vaardigheden ontwikkelbaar zijn, terwijl bij een vaste mindset ervanuit gegaan wordt dat vaardigheden onveranderbaar zijn, wat je ook probeert.

Lees verder over mindset

Hoe kan jij helpen?

Hoe je kan helpen bij het versterken of aanleren van executieve functies

Bij het versterken of aanleren van een executieve functie ga dan aan de slag met datgene wat de grootste impact heeft en houd er rekening mee dat je instructie afhankelijk is van de aan te leren vaardigheid, de context en het ontwikkelingsniveau van het kind.

Wanneer we uitgaan van een kind dat zijn kamer niet opruimt en jij geeft als ouder de instructie dat het zijn kamer op moet ruimen kan je verschillende reacties krijgen.
1. Kind gaat door met dat wat het aan het doen was en negeert de instructie
2. Kind zegt ‘straks’ om het vervolgens niet te doen
3. Kind begint te klagen of barst in woede uit
4. Kind begint met opruimen, maar wordt dan afgeleid

Om effectief gebruik te maken van de executieve functies bedenken de ouders een plan
– Bedenken van een specifieke reeks instructies
– In de gaten houden wat er gebeurt
– Aanmoedigen, motiveren en feedback geven over het succes van de aanpak
– Problemen oplossen als de aanpak niet werkt
– Bepalen wanneer de taak voltooid is

Nadat het kind heel vaak geduldig en begripvol begeleid is bij dit proces wordt de steun en toezicht geleidelijk verminderd. Dit kan door bijvoorbeeld picto’s als indirecte informatie om uiteindelijk de verantwoordelijkheid bij het kind te leggen.

Je instructie is dus afhankelijk van de aan te leren vaardigheid, de context en het ontwikkelingsniveau van het kind, maar is zeker onder te verdelen in 7 stappen

  1. Beschrijf het probleemgedrag
  2. Stel een concreet doel vast dat samenhangt met het probleemgedrag
  3. Bepaal de subdoelen, de procedure waarmee het doel bereikt kan worden (checklist)
  4. Zorg voor toezicht en aanmoediging bij de uitvoering
  5. Evalueer het proces, complimenteer de vooruitgang en pas zo nodig aan
  6. Verminder geleidelijk het toezicht en geef steeds minder aanwijzingen en hints zodat het kind niet afhankelijk blijft van jouw hulp (aangeleerde hulpeloosheid)
  7. Zelfstandig het doel bereiken door in eerste instantie zelf gebruik te maken van een checklist tot ook deze niet meer nodig is.

Om je hoogbegaafde kind goed voor te bereiden op de middelbare school is het belangrijk dat er gericht gewerkt wordt aan de ontoereikende vaardigheden. Hiervoor is het belangrijk dat leerkrachten geen vaste mindset hebben, er niet vanuit gaan dat slimme kinderen de executieve vaardigheden ‘vanzelf’ beheersen. Belangrijk is ook een goede samenwerking is tussen jouw kind, de ouders en de school.

Slecht voorbereid naar de middelbare school

Wanneer je kind niet goed voorbereid naar de middelbare school gaat kan het zijn dat je kind niet kan organiseren, plannen of op tijd aan een taak begint. Niet door kan zetten en zijn emoties niet de baas is wanneer het niet zo gaat zoals verwacht en het niet voldoende blijkt wanneer je een beetje oplet, de stof begrijpt en het een keer doorneemt. Dit heeft grote invloed op het zelfvertrouwen, het zelfbeeld en de overtuigingen wat tot onderpresteren kan leiden

Wil jij voorkomen dat jouw kind slecht voorbereid is?

Maak dan een afspraak voor een gratis sessie.

Ja, dat doe ik.